Berichten Tagged 'rituelen'

Offeren

Waar ik maanden geleden al bevreesd voor was is gebeurd: ik zit weer helemaal in de maalstroom van het volle Westerse leven. Mijn standaard antwoord op de vraag “Hoe is het met je?” luidt op mijn best: “Goed, maar druk.”, op andere momenten: “Gaat wel.”

Ik kom vooral veel tijd tekort, thuis en op mijn werk. Ik kom niet aan dingen toe of maak ze niet af. Het werk wordt een zware ploegakker vol ‘trial and error’, thuis verzin ik trucs om enig gevoel van controle te bewaren. De tijd neemt een loopje met me.

Ik leef ook wel volgens een strak regime (voor mijn gevoel dan toch). Op maandag naar fitness, op dinsdag naar bodybalance, woensdag boodschappendag, op donderdag naar koor en op vrijdag naar yoga en meditatie. Zaterdag en zondag zijn zoveel mogelijk gericht op ontspanning en licht huishoudelijk werk.

Het feit dat ik me bewust ben van mijn gejakker en daar oplossingen voor probeer te zoeken is wel een verandering. Ik haal veel energie uit mijn lichamelijke oefening en meditatie, vooral uit bodybalance en yoga. Maar een oplossing voor mijn eeuwige tijdgebrek is het niet, de stofvlokken in mijn huis worden er niet minder door.

Gelukkig lees ik Shirley MacLaine (Op glad ijs) die als een vrolijke vlinder de wereld bereist en haar spirituele ontdekkingstocht blootlegt. Een surrogaat voor wat ik zelf zou willen doen?

Offeren temidden van de rijstvelden. Foto door David Stuart-FoxSampian, kleine offertjes voor dagelijks gebruik. Foto door David Stuart-Fox
Kleurrijke sarad, een metershoog offer gemaakt van jaja (meestal rijstdeeg). Foto door David Stuart-FoxVersierde bamboepalen (penjor) in het straatbeeld van Ulakan (Karangasem). Foto door David Stuart-Fox

Bali vlindert als iets uit mijn vorige leven naar boven als ik het boek Offerings: the ritual art of Bali open. Een eiland dat – veel meer dan hier – lijkt te drijven op liefde en harmonie. Traditie en religie drijft mensen tot hoge kunstzinnigheid en lijken van het leven op bepaalde dagen één groot en gezamenlijk feest te maken.

De tekst probeert de achtergronden van de diverse soorten offers toe te lichten, maar wordt cryptisch als Engels wordt doorspekt met een teveel aan lokale termen:
“The charming jaja Ardanareswari is a manifestation of this concept, as are the so-called ublag-ablig (or ubag-abig) figures. These interesting jejaitan (…) are used in rice rituals in which the concept of fertility plays an important role.”

De fotografie is echter prachtig en maakt duidelijk dat de overvolle, gestapelde beeldelementen uit Togog’s Tales from a charmed life niet altijd op fantasie berusten.

Vertellingen over een betoverd leven

Dit weekend voltooide ik de lezing van een boek over een schilder uit de Batuan-stijlgroep op Bali. De antropologe Hildred Geertz schreef aan de hand van interviews met Ida Bagus Madé Togog een diepgravend boek over zijn jeugd, familieleven, zijn rituele praktijken en zijn schilderkunst. Een gemiddelde monografie over een kunstenaar focust vrij snel op de werken waarmee de persoon zich een plaats heeft verworven in de kunstgeschiedenis. Hildred Geertz beschrijft al die andere facetten van zijn leven en cultuur die er onlosmakelijk mee verbonden zijn en behandelt het kunstenaarschap van Togog pas in het zesde en laatste hoofdstuk.

Tales from a charmed life / Geertz and TogogBehalve dat dit dus geen typerende kunstmonografie is, is het ook geen historische verhandeling over Bali in de woelige jaren van de 20e eeuw, zoals ik elders op internet las. De actualiteit (het kolonialisme, de Japanse bezetting en de verzelfstandiging van Indonesië) speelt slechts een figurantenrol in de beleving van Togog, die toch vooral op zijn innerlijke (spirituele) ontwikkeling gericht is. Zo is het contact met de kunstenaars Walter Spies en Rudolf Bonnet een belangrijke aanzet voor zijn kunstzinnige ontwikkeling, maar wordt bijna terloops vermeld hoe slecht het met deze heren afloopt in de Tweede Wereldoorlog.

Hildred Geertz heeft zich nauwkeurig gehouden aan de letterlijke interviewteksten met Togog, waarbij ze o.a. voor het probleem stond hoe te vertalen van het Balinees met zijn meerdere registers (in het taalgebruik wordt de hiërarchische verhouding uitgedrukt) naar het eendimensionale Engels. Door al haar zorg zijn de verhalen van Togog levendig gebleven en zit je bijna in het hoofd van een Balinese (levens)kunstenaar en een Brahmaan (“Ida Bagus”). Daardoor leer je veel over de eenvoud van het dagelijks leven en de complexiteit van de religie en haar rituelen.

Het boek bevat een aantal mooie allegorieën over arm en rijk, maar ik wil die over vriendschap niet voor mezelf bewaren. Togog krijgt les van een Brahmaanse priester:

Het eerste vorm van vriendschap is gebaseerd op het geven van eten: “Kom en bezoek me en ik geef je wat te eten!”. En de vriend zal terugkomen om weer eten te krijgen. Dat is de laagste (nista) soort vriendschap. De tweede vorm van vriendschap is de vorm die gebaseerd is op geld: “Heb je wat geld voor mij?” “Ja, hier is wat!” En dan in de toekomst zal de andere persoon je wat geld geven. Dat is de middelste soort vriendschap (madya). Maar de beste (utama) vorm van vriendschap  is die die gebaseerd is op leren. Dat is wat er gezegd wordt in onze religie (agama). Leren verdwijnt niet, zoals eten. Morgen is je eten weg, maar het gesprek blijft.